Nascholing.net: de open leeromgeving voor arts en apotheker Inloggen | Aanmelden 
Home | Cursussen | Bestellen | Mijn pagina | Contact | FAQ
Zoeken    


 COPD

 FTO-werkboek

A.  KLINIEK VAN COPD

1.  Omschrijvingen
 
2.  Richtlijnen en Standaarden
 
3.  Pathogenese en pathofysiologie van COPD
 
4.  Symptomatologie van COPD
 
5.  Diagnostiek en progressie
 
6.  Diagnostiek en Longfunctieonderzoek
 
7.  Clinical COPD Questionnaire (CCQ)
 
8.  De ernst van COPD
 
9.  Differentiaaldiagnose
 
10.  Prevalentie


     
 Diagnostiek en progressie    Clinical COPD Questionnaire (CCQ) 

6. Diagnostiek en Longfunctieonderzoek

Spirometrie
Met spirometrie behoren bepaald te worden: FEV1, FVC, de reversibiliteit van obstructie en een flow-volumecurve.

Met de FEV1 meet men ongeveer 80% van de totale geforceerde uitademing. Bronchusobstructie bij COPD bevindt zich meer in de kleinere luchtwegen en is het betrouwbaarst vast te stellen door meting van de FEV1. De piekstroommeter meet vooral de luchtdoorstroming in de grotere luchtwegen en is daardoor ongeschikt voor diagnostiek van COPD.

Relatie klachten en FEV1
Er bestaat weinig of geen verband tussen respiratoire klachten c.q. de functionele toestand van COPD-patiënten en hun FEV1.

Indeling van de ernst van COPD volgens de GOLD-criteria, en frequentieverdeling van ernststadia bij patiënten met COPD in de Nederlandse populatie
GOLD-stadium FEV1/FVC* FEV1 (% van voorspelde waarde) Frequentie-verdeling
I Licht < 0,7 > 80 28%
II Matig ernstig < 0,7 50-80 54%
III Ernstig < 0,7 30-50 15%
IV Zeer ernstig < 0,7 < 30 (0f < 50 bij longfalen) 3%
* De grenswaarden van FEV1/FVC en FEV1 zijn waarden na bronchusverwijding.
De FEV1/FVC-ratio daalt met de leeftijd; bij personen > 60 jaar kan een FEV1/FVC-ratio < 0,7 fysiologisch zijn. Stel daarom de diagnose licht COPD bij personen > 60 jaar alleen na herhaalde spirometrie en in aanwezigheid van luchtwegklachten én een relevante rookhistorie of een andere risicofactor.

Interpretatie van de meetresultaten bij COPD
Valt de FEV1-waarde binnen de voorspelde waarde (zoals opgesteld door de European Respiratory Society) dan is COPD voldoende uitgesloten.
Normale waarden zijn: FEV1 ≥80% en FEV1/FVC 80%.
De meest bruikbare maat voor het bewijs van obstructie is: FEV1/FVC <70%.


Afkortingen
Reversibiliteit Toename van piekstroom of FEV1 boven afgesproken grenswaarde na standaardtest met bronchusverwijder.
FEV1 (éénsecondewaarde) Forced Expiratory Volume in één seconde. Volume geblazen in één seconde bij geforceerde uitademing vanuit volledige inademing.
VC (vitale capaciteit) Volume dat maximaal kan worden ingeademd vanuit volledige uitademing.
FVC Volume dat maximaal kan worden uitgeademd bij geforceerde uitademing vanuit volledige inademing.
FEV1/FVC-ratio (FER) Is de FEV1 als percentage van de FVC. Dit is de standaardindex om bronchusobstructie op te sporen en te kwantificeren. De Tiffeneau-index is de FEV1 als percentage van de VC; deze index kan echter niet met elke spirometer worden bepaald.
Longfalen Longfalen is aanwezig bij hypoxie en/of hypercapnie gedefinieerd als een partiële arteriële zuurstofdruk (PaO2) < 8 kPa en/of een partiële arteriële koolzuurdruk (PaCO2) > 6,7 kPa.
Exacerbatie Een exacerbatie van COPD is een verslechtering van de conditie van de patiënt binnen één of enkele dagen, die wordt gekenmerkt door een toename van dyspnoe en hoesten - al of niet met slijm opgeven - die groter is dan de normale dag-tot-dag-variabiliteit.
Flow-volumecurve Een flow-volumecurve is een grafische weergave van de expiratoire of inspiratoire luchtstroomsterkte (flow) op de y-as uitgezet tegen het uitgeademde of ingeademde volume op de x-as. Aan de hand van deze curven, bepaald tijdens geforceerde uitademing, kan de betrouwbaarheid van de test worden geverifieerd en kan worden nagegaan of er obstructie aanwezig is.

NHG-Standaard COPD 2007


 Diagnostiek en progressie    Clinical COPD Questionnaire (CCQ)