In het Pharmaceutisch Weekblad van 7 december 2007 staat een artikel van mevrouw I.C. Heijboer-Vinks over de NHG-Standaard Astma bij volwassenen 2007. In dit artikel wordt aangegeven wat de apotheek aan patiëntenzorg kan doen op basis van die standaard.
| 1. Controleren of de medicatie niet gecontra-indiceerd is voor patiënten met astma.
|
2. Controle op juiste inhalatietechniek en geschiktheid van de inhalatiemethode voor de patiënt overnemen van de
huisarts (FPZ-handboek astma/COPD).
|
| 3. Achterhalen of elke patiënt met een poederinhalator jaarlijks een nieuw apparaat krijgt.
|
| 4. Patiënten opsporen met een hoog gebruik van kortwerkende bètasympathicomimetica.
|
| 5. Patiënten opsporen met een gebruik van kortwerkende bètasympathicomimetica vaker dan tweemaal per week over een langere periode die nog geen inhalatiecorticosteroïden gebruiken.
|
| 6. Patiënten opsporen met een hoog gebruik van langwerkende bètasympathicomimetica zonder inhalatiecorticosteroïden.
|
| 7. Patiënten opsporen met meerdere stoot- of antibioticakuurtjes per jaar.
|
| 8. Patiënten opsporen die inhalatiecorticosteroïden gebruiken en recent orofaryngeale antimycotica hebben gehad.
|
| 9. Astmapatiënten opsporen die cromoglicinezuur of nedocromil gebruiken.
|
10. In het FTO met de huisartsen bespreken welke zorg besteed moet worden aan patiënten met astma aan de hand van de
Landelijke Eerstelijns SamenwerkingsAfspraak (LESA) over astma/COPD. Samen met de huisartsen bepalen - met behulp van de checklist bij de LESA - welke acties uitgevoerd moeten worden voor astmapatiënten en afspreken wie wat doet en hoe elkaar te informeren.
|
| Bron: Pharmaceutisch Weekblad NHG-Standaard Astma bij volwassenen
|