Reversibiliteitstest
Spirometrie: Een toename van de FEV
1 ten opzichte van de waarde vóór bronchusverwijding met ≥ 12% (of bij een kleiner longvolume met ≥ 200 ml) wijst op astma. Een FEV
1/FVC-ratio < 0,7 na bronchusverwijding wijst op COPD.
Is spirometrie niet beschikbaar, volg dan dezelfde procedure met een piekstroommeter. Een toename van de piekstroom > 60 l/min (of > 20% ten opzichte van de waarde vóór bronchusverwijding) wijst op astma.
Er is sprake van volledige reversibiliteit bij toename van de FEV
1 én de FEV
1/FVC-ratio, spontaan of na behandeling, tot binnen de referentiewaarden (FEV
1 > 80% van de voorspelde waarde én FEV
1 /FVC-ratio > 0,7).
De test wordt uitgevoerd door de uitgangswaarde te vergelijken met de waarde 10 minuten tot 15 minuten na toediening van salbutamol of 30 minuten na ipratropium (> 60 jaar).
Het reversibiliteitspercentage wordt berekend aan de hand van de volgende formules:
Reversibiliteit met piekstroommeter:
| [FEV1 na bronchusverwijder] – [FEV1 vóór bronchusverwijder] |
|
| x 100%
|
| FEV1 vóór toediening bronchusverwijder |
|
Reversibiliteit met spirometer:
| [FEV1 na bronchusverwijder] – [FEV1 vóór bronchusverwijder] |
|
| x 100%
|
| FEV1 voorspeld |
|
Voorbeeld met spirometer:
| 2550 ml - 2100 ml |
|
| x 100% = 15%
|
| 3000 ml |
|