Nascholing.net: de open leeromgeving voor arts en apotheker Inloggen | Aanmelden 
Home | Cursussen | Bestellen | Mijn pagina | Contact | FAQ
Zoeken    


 Astma

 FTO-werkboek

A.  KLINIEK VAN ASTMA

1.  Omschrijvingen
 
2.  Pathogenese en pathofysiologie van astma
 
3.  Symptomatologie van astma
 
4.  Diagnostiek
 
5.  De diagnose astma
 
6.  De ernst van astma
 
7.  Differentiaaldiagnose met COPD
 
8.  Prevalentie en beloop
 
9.  Astma en zwangerschap, zwangerschap en astma bij het kind
 
10.  Preventie


     
 Omschrijvingen    Symptomatologie van astma 

2. Pathogenese en pathofysiologie van astma

Het lijkt vrijwel zeker dat astma gebaseerd is op een specifiek ontstekingsproces in de luchtwegen, dat via immunologische weg is ontstaan. Geactiveerde ontstekingscellen geven ontstekingsmediatoren af zoals histamine, cytokinen, leukotriënen en andere. Het gevolg is bronchospasme, zwelling van de mucosa en slijmproductie. Hierbij staan centraal:
  • allergie
  • bronchiale hyperreactiviteit
  • bronchusobstructie, die reversibel is en het gevolg is van een allergische reactie en/of bronchiale hyperreactiviteit.

Naarmate de chronische ontsteking van astma ernstiger is en langer duurt neemt de kans op blijvende schade aan de longwegen toe. De volgende veranderingen in de luchtwegen treden hierbij op: verlies van epitheel, fibrose, toename van gladde spiercellen en vorming van nieuwe bloedvaten. Ook slijmbekercellen en slijmklieren kunnen in aantal en grootte toenemen, waardoor de slijmproductie toeneemt. Deze structurele veranderingen worden aangeduid met de term 'remodeling'. Op den duur gaat remodeling samen met persisterende bronchusobstructie, progressief en blijvend longfunctieverlies en blijvende hyperreactiviteit.

Het inflammatoire proces is aanwezig in de hele bronchiaalboom, met meer uitgesproken morfologische afwijkingen in bronchioli (de kleinste luchtwegen) en alveoli naarmate astma ernstiger is.

Exogene factoren die verantwoordelijk zijn voor het onderhouden en verergeren van inflammatie en bronchiale hyperreactiviteit worden onderverdeeld in specifieke of allergische prikkels en niet-specifieke prikkels.

Specifieke of allergische prikkels
De bekendste allergenen zijn huisstofmijt, pollen (boom- en graspollen), huidschilfers van kat en hond en schimmels. Voedselallergie is slechts zelden een uitlokkende factor. Als die in het spel is (1-2%), betreft het meestal zuigelingen met een koemelkallergie.

Bij kinderen tot 4 jaar speelt allergie waarschijnlijk nauwelijks een rol. Bij kinderen boven 4 jaar blijkt allergie in circa 80% van de gevallen mede bepalend te zijn voor het ontstaan van astma. Driekwart heeft een allergie voor huisstofmijt, eenderde voor pollen. Allergie voor huidschilfers komt minder vaak voor. De kat is waarschijnlijk het meest allergene huisdier en katers meer dan poezen.

Niet-specifieke prikkels
Veel voorkomende niet-specifieke prikkels die een exacerbatie (verergering - astma-aanval) van astma kunnen uitlokken zijn: sigarettenrook, luchtvervuiling, stof, mist, koude, inspanning, hyperventilatie, baklucht, virusinfectie of stress. Soms kunnen geneesmiddelen als acetylsalicylzuur, NSAID's, bètablokkers (ook in oogdruppels) en ACE-remmers astma uitlokken.

Kinderen van ouders (vooral de moeder) of verzorgers die veel roken, roken daardoor zelf passief ongeveer 60-150 sigaretten per jaar! Gevolg is dat bronchiale hyperreactiviteit eerder optreedt en dat daardoor respiratoire morbiditeit toeneemt in de vorm van recidiverend piepen, chronisch hoesten en het krijgen van astma.


 Omschrijvingen    Symptomatologie van astma