Therapietrouw hangt niet samen met leeftijd, geslacht, intelligentie of sociaal niveau. Therapietrouw wordt vooral bepaald door de verhouding tussen patiënt en arts. Bekend is dat de therapietrouw afneemt met het oplopen van de doseringsfrequentie. Daarnaast blijkt dat niet correct geïnhaleerd wordt.
Al eerder bleek dat 50% van de gebruikers een foute inhalatietechniek heeft bij slechts eenmalige schriftelijke of mondelinge instructie! Men noemt het een kunstfout een patiënt met zijn inhalator aan zijn lot over te laten, want er zijn zeker drie instructie en controlelessen nodig om meer dan 50% van de mensen op de juiste wijze te laten inhaleren! Hierin kan de apotheek een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld in het kader van de toepassing van het protocol eerste en tweede uitgifte.
In het Pharmaceutisch Weekblad (PW) van 26 oktober 2007 bespreekt mevrouw M.J. Swart-Zuijderduijn de NHG-Standaard COPD 2007. In dit artikel geeft zij aan wat de apotheek kan doen.
Wat kan de apotheek doen?
- Informatie geven over de voorgeschreven geneesmiddelen.
- Uitleg en instructie geven over de wijze van gebruik van de inhalator(en). Zo nodig kan de apotheker een andere, geschiktere inhalator adviseren.
- Beoordelen van het totale geneesmiddelengebruik en de begeleiding daarbij verzorgen.
- Adviezen om te stoppen met roken en adviezen bij zelfzorg geven (Zelfzorgstandaard Stoppen met roken, Kennisbank van de KNMP).
- Bij tweede uitgiften kan de motivatie voor de therapietrouw besproken worden en kan de techniek worden
gecontroleerd.
- Indien ipratropium is voorgeschreven, is van belang de patiënt uit te leggen dat het effect pas circa 15-30 minuten na inhalatie optreedt.
Referenties
Swart-Zuijderduijn MJ. NHG-Standaard COPD. Geen plaats meer voor acetylcysteïne.
Kanttekeningen COPD (1 en 2)