Nascholing.net: de open leeromgeving voor arts en apotheker Inloggen | Aanmelden 
Home | Cursussen | Bestellen | Mijn pagina | Contact | FAQ
Zoeken    


 COPD

 FTO-werkboek

C.  FARMACOTHERAPIE VAN COPD

1.  Luchtwegverwijdende therapie
 
2.  Luchtwegverwijdende middelen
 
3.  Anti-inflammatoire therapie met corticosteroïden
 
4.  Antibiotica
 
5.  Acetylcysteïne
 
6.  Devices
 
7.  Therapietrouw en correcte inhalatie
 
8.  FTO


     
 FARMACOTHERAPIE VAN COPD    Luchtwegverwijdende middelen 

1. Luchtwegverwijdende therapie

Anticholinergica of bètamimetica?
In het algemeen reageren niet-allergische en oudere mensen beter op anticholinergica, allergische en jonge mensen beter op bèta-2-sympathicomimetica (bètamimetica). Het betere effect van anticholinergica bij ouderen heeft o.a. te maken met het feit, dat met het stijgen van de leeftijd het aantal bèta-2-adrenerge receptoren afneemt, terwijl het aantal cholinerge receptoren nagenoeg hetzelfde blijft.

Het betere effect van anticholinergica bij COPD-patiënten heeft te maken met het feit, dat contractie van bronchiaal glad spierweefsel wordt veroorzaakt door een verhoogde parasympathische activiteit. Anders gezegd: het cholinerge systeem is overprikkeld met als gevolg sputumproductie en bronchusobstructie. Daardoor kunnen anticholinergica bij COPD effectiever luchtwegverwijdend zijn dan bètamimetica, die alleen de bronchusobstructie bestrijden. Luchtwegverwijdende therapie bij de behandeling van COPD kan c.q. moet continu gebruikt worden.

Nieuwe patiënten
Begin met een van de volgende kortwerkende luchtwegverwijders:
  • een anticholinergicum (ipratropium)
  • een bèta-2-sympathicomimeticum (salbutamol, terbutaline)

Onvoldoende verbetering
Bij onvoldoende klinische verbetering op de eerste keus wordt na 2 weken gebruik van middel gewisseld. Als na weer 2 weken gebruik nog onvoldoende klinische verbetering bereikt is, worden beide middelen tegelijk gegeven. Zoek naar de laagst effectieve dosis als onderhoudsdosering.

Niet behalen behandeldoelen
Bij het niet behalen van behandelingsdoelen (aanhoudend klachten van dyspnoe, exacerbaties) bij patiënten met (matig) ernstig COPD (GOLD II-IV) wordt overgestapt op een onderhoudsbehandeling met een van de volgende langwerkende luchtwegverwijders:
  • een anticholinergicum (tiotropium)
  • een bèta-2-sympathicomimeticum (salmeterol of formoterol)

Xanthinederivaten
Deze worden niet meer geadviseerd vanwege een te geringe therapeutische breedte. Ze worden nog wel toegepast bij ernstige COPD op voorschrift van de longarts.

Met kort- en langwerkende luchtwegverwijders worden klachten en exacerbaties symptomatisch behandeld. Deze middelen hebben geen effect op het beloop van de longfunctie (FEV1).


 FARMACOTHERAPIE VAN COPD    Luchtwegverwijdende middelen