Behalve functionele beperkingen in het dagelijks leven hebben patiënten met ernstig COPD relatief veel last van depressie en angst. De kwaliteit van leven is bij hen duidelijk verminderd in vergelijking met de algemene populatie. Om de kwaliteit van leven van patiënten met COPD goed te kunnen beoordelen, is het van belang om aan alle patiënten met COPD altijd te vragen naar:
- functionele beperkingen
- psychisch welbevinden (angst of depressie)
- sociaal functioneren
- comorbiditeit
Met diverse psychosociale interventies (relaxatietraining, cognitieve gedragstherapie en dergelijke) lijken COPD-patiënten in alle GOLD-stadia een positief effect te kunnen ervaren op hun welbevinden en psychosociaal functioneren. Ondersteuning door hulpverleners, partner, sociaal netwerk of maatschappelijk werk kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
Goede afstemming tussen bedrijfsarts, huisarts en longarts kan de nog tot werken in staat zijnde patiënt veel gezondheidswinst opleveren.