|
|
2. Stoppen met roken
In 90-95% van de gevallen is roken (van sigaretten) de oorzaak van COPD en doorgaan met roken leidt tot verergering van de obstructie. Het ligt dus voor de hand bij de behandeling van COPD de oorzaak en de aanjager van de ziekte weg te nemen. Stoppen met roken is de belangrijkste preventieve maatregel om verdere progressie van de ziekte te voorkomen. Daarnaast is stoppen met roken de enige op wetenschappelijke feiten gebaseerde (’evidence-based’) interventie, die effectief is gebleken in het reduceren van de versnelde afname van de FEV 1.
Na stoppen met roken zullen hoesten en sputumproductie afnemen en stoppen met roken vertraagt de versnelde achteruitgang van de longfunctie.
Hoewel tweederde van de rokers zegt te willen stoppen in het aankomende half jaar en jaarlijks eenderde van de rokers daartoe een poging onderneemt, slaagt slechts 2-5% van de rokers zonder interventie. Elk stopadvies van een (para)medische professional wordt op prijs gesteld en heeft een effect. Dus ook het stopadvies dat in de apotheek gegeven kan worden.
Mede omdat er aanwijzingen zijn dat jonge COPD-patiënten iets minder moeilijk van het roken afkomen dan ouderen, is het vroeg stellen van de diagnose van belang. Tevens is de kans dan groter dat meer longfunctie behouden blijft.
Patiënten met COPD hebben doorgaans een sterkere nicotineverslaving dan rokers zonder COPD. Daardoor zal men desgewenst eerder ter ondersteuning nicotinevervanging aanbieden, tezamen met een vorm van begeleiding. De nicotine-inhaler is het effectiefst, de pleister en de neusspray zijn minder effectief en de kauwgum is het minste effectief. Begeleiding kan plaatsvinden door de huisarts, de wijkverpleging, zelfhulpgroepen etc. Er zijn ook apotheken in Nederland die cliënten actief helpen bij stoppen met roken.
Nicotinevervangingsmiddelen
NVM
Wanneer bij het stoppen met roken farmacologische ondersteuning gewenst is (ook bij een tweede poging), zijn nicotinevervangende middelen (NVM) de eerste keus. Deze middelen hebben de voorkeur, omdat hiermee veel ervaring is, er relatief weinig bijwerkingen optreden en ze breed toepasbaar zijn. Er zijn verschillende toedieningsvormen beschikbaar: inhalatievloeistof, kauwgom, pleister, sublinguale tablet en zuigtablet. Met de kauwgom en de pleisters is verreweg de meeste ervaring opgedaan.
Antidepressiva
Antidepressiva blijken effectiever dan placebo om mensen te helpen bij het stoppen met roken. Het werkingsmechanisme van bupropion bij het stoppen met roken is onbekend. Met bupropion is na een jaar circa 30% van de gebruikers nog rookvrij. Tevens bleek bupropion werkzaam bij personen die niet stopten met behulp van nicotinevervangers. Nortriptyline (Nortrilen®) is ook werkzaam en wellicht zelfs effectiever dan bupropion. Het gebruik van genoemde antidepressiva lijkt voor patiënten met COPD interessant, omdat zij als chronisch zieken een verhoogde kans op depressie hebben. Het is weliswaar niet geregistreerd als hulpmiddel bij het stoppen met roken, maar volgens een Cochrane-overzicht is van de antidepressiva, naast bupropion, ook van nortriptyline aangetoond dat het helpt bij stoppen met roken en gestopt blijven.
Varenicicline
Recent is varenicline geregistreerd als hulpmiddel om te stoppen met roken. Het gebruik van varenicline wordt vooralsnog niet aanbevolen omdat het middel tot dusverre alleen is onderzocht bij gezonde proefpersonen en de effecten op de lange termijn nog onduidelijk zijn (NHG-Standaard Stoppen met Roken 2007).
| nicotine
| Nicorette, Nicotinell en NiQuitin
| Voor aanvang met het middel het roken staken. De hoogte van de dosering is afhankelijk van de mate van nicotineafhankelijkheid, bij grote afhankelijkheid is een hoge startdosering effectiever.
|
|
| Kauwgom
| Verkrijgbaar in verschillende smaken. Zo nodig 2-4 mg innemen, maximaal 50-60 mg/dag, 3 maanden, daarna afbouwen volgens bijsluiter. Maximale duur 0,5-1 jaar.
|
|
| Pleister
| Eén pleister van 15 mg per dag (van 16 uur, ’s nachts verwijderen) of 14-21 mg per etmaal. Elke dag op een nieuwe plek, 4-6 weken, afbouwen volgens bijsluiter, maximaal 3 maanden.
|
|
| Sublinguaal
| Zo nodig elke 1-2 uur 1 tablet van 2 mg. Maximaal 30 tabletten per dag, 2-3 maanden, afbouwen volgens bijsluiter.
|
|
| Zuigtablet
| Zo nodig elke 1-2 uur 1 tablet van 1 mg, maximaal 25 tabletten per dag, maximaal 3 maanden, afbouwen volgens bijsluiter.
|
| bupropion
| Zyban
| Starten als de patiënt nog rookt. Spreek stopdatum af in 2e week. Begindosering 150 mg 1 dd gedurende 6 dagen, ’s morgens innemen; daarna 150 mg 2 dd (interval 8 uur). Bij verminderde lever- of nierfunctie en bij ouderen 150 mg 1 dd. De behandelduur is 7-9 weken. Nadien de dosering afbouwen.
|
| nortriptyline
| Nortrilen
| Start als de patiënt nog rookt met 25 mg 1 dd. Na 3 dagen 50 mg 1 dd, na weer 3 dagen 75 mg 1 dd. Op dag 7 of 8 stoppen met roken.
Gedurende 6 tot 12 weken 75 mg 1 dd , daarna stoppen. Afbouwen is niet noodzakelijk. Bij ouderen en adolescenten circa de helft van de dosering voor volwassenen (dus opbouwen met stappen van 10 mg tot 30 à 40 mg per dag).
|
| varenicline
| Champix
| De behandeling starten terwijl de patiënt nog rookt en een streefdatum vaststellen om te stoppen met roken na 1–2 weken behandelen. Begindosering 0,5 mg eenmaal per dag gedurende 3 dagen; daarna 0,5 mg tweemaal per dag gedurende 4 dagen. Onderhoudsdosering 1 mg tweemaal per dag. De behandelduur is 12 weken, in individuele gevallen 24 weken.
|
Alternatieve methodes
Ook met maximale ondersteuning mislukken veel pogingen om met roken te stoppen. Alternatieve methodes zoals acupunctuur of laserbehandelingen worden regelmatig toegepast maar zijn doorgaans niet voldoende wetenschappelijk geëvalueerd.
Referenties
NHG-Standaard Stoppen met Roken M 85 2007
Informatiemateriaal
Stivoro
|