Nascholing.net: de open leeromgeving voor arts en apotheker Inloggen | Aanmelden 
Home | Cursussen | Bestellen | Mijn pagina | Contact | FAQ
Zoeken    


 COPD

 FTO-werkboek

A.  KLINIEK VAN COPD

1.  Omschrijvingen
 
2.  Richtlijnen en Standaarden
 
3.  Pathogenese en pathofysiologie van COPD
 
4.  Symptomatologie van COPD
 
5.  Diagnostiek en progressie
 
6.  Diagnostiek en Longfunctieonderzoek
 
7.  Clinical COPD Questionnaire (CCQ)
 
8.  De ernst van COPD
 
9.  Differentiaaldiagnose
 
10.  Prevalentie


     
 Symptomatologie van COPD    Diagnostiek en Longfunctieonderzoek 

5. Diagnostiek en progressie

COPD komt vrijwel uitsluitend voor bij rokers ouder dan 40 jaar en wordt gekenmerkt door hoesten - al of niet in combinatie met slijm opgeven - en geleidelijk progressieve dyspnoeklachten. De correlatie tussen de gepresenteerde klachten en beperkingen en de ernst van de luchtwegobstructie en het longfunctieverlies is matig.

Vermoeden
Een vermoeden op COPD is gerechtvaardigd bij een patiënt met dyspneu bij inspanning, vrijwel continu aanwezige dyspneu, piepen op de borst en/of langdurig hoesten én een van de volgende kenmerken:
  • ouder dan 40 jaar
  • roken of een voorgeschiedenis met veel roken
Ook tweemaal of vaker per jaar een lageluchtweginfectie bij een (ex-)roker boven 40 jaar is een reden aan COPD te denken.

Actieve opsporing
Als vervolg op dit vermoeden wordt door de huisarts aanvullend onderzoek gedaan in de vorm van spirometrie, hetzij in eigen beheer, hetzij via een verwijzing. Vroegtijdig herkennen van patiënten met COPD wordt nuttig geacht met het oog op voorkomen van verdere longschade door definitief te stoppen met roken.

Diagnose
De diagnose COPD wordt gesteld bij een patiënt met vrijwel voortdurend dezelfde klachten van dyspneu en/of hoesten al dan niet met slijm opgeven, gecombineerd met:
  • afwezigheid van volledige reversibiliteit op bronchusverwijders én
  • het niet bereiken van een normale longfunctie.

Bronchiale hyperreactiviteit ligt bij astma ten grondslag aan de klinische verschijnselen, bij chronische bronchitis is die waarschijnlijk meer een gevolg van reeds aanwezige bronchusobstructie. Een gedeelte van de patiënten heeft zowel verschijnselen van astma als van chronische bronchitis. Astmatische bronchitis komt echter veel minder voor dan voorheen gedacht werd.

Dubbeldiagnose COPD én astma
Vraag bij het vermoeden van de dubbeldiagnose COPD én astma (oude naam: 'astma met persisterende obstructie') of bij twijfel tussen beide aandoeningen naar aanwijzingen voor een allergische oorzaak. De dubbeldiagnose COPD én astma wordt behandeld volgens de richtlijnen Astma.

Progressie
Centraal staat de afname van de FEV1 en de FVC en de toename van het restvolume in de longen dat niet meer in- en uitgeademd kan worden. Dit resulteert in een progressieve kortademigheid, aanvankelijk alleen bij inspanning, later ook in rust. Als gevolg hiervan neemt lichaamsactiviteit af, gaan de skeletspieren minder functioneren en neemt de kracht van de spieren af, ook van de ademhalingsspieren!

Ten gevolge van deze veranderingen kan zich hypoxemie (te lage zuurstofspanning in het bloed) ontwikkelen. Dit leidt op zijn beurt tot een verminderd inspanningsvermogen, maar ook tot hypertensie in de longcirculatie en draagt op die manier bij tot ontwikkeling van een vergroot hart (cor pulmonale), vooral van de rechter harthelft.


 Symptomatologie van COPD    Diagnostiek en Longfunctieonderzoek