|
|
3. Pathogenese en pathofysiologie van COPD
De ontstaanswijze van COPD is complex. Verreweg de belangrijkste initiërende factor is tabaksrook van sigaretten. Andere risicofactoren zijn: tabaksrook van pijp en sigaar, andere vormen van roken van tabak, passief roken, luchtvervuiling met chemicaliën, een beroep waarbij de longen chronisch blootgesteld worden aan kleine deeltjes, laag geboortegewicht en vroeggeboorte.
Inhalatie van cytotoxische stoffen leidt tot destructie van trilhaarepitheel, toename van de hoeveelheid slijmbekercellen, toename van slijmproductie en afname van mucociliaire klaring. Daarnaast neemt de hoeveelheid alveolaire macrofagen toe, met als gevolg aantrekken van neutrofiele granulocyten en vorming van ontstekingsinfiltraat. Deze macrofagen en granulocyten produceren bepaalde enzymen en vrije radicalen, die zowel weefsel als enzymsystemen beschadigen. Bovendien bevat tabaksrook zelf ook veel vrije radicalen, die beschadigingen kunnen verergeren.
De duidelijkste andere factor die een rol speelt bij het ontstaan en overigens ook bij de progressie van de ziekte is bronchiale hyperreactiviteit.
Gevolgen van dat alles zijn anatomische veranderingen en vaak ook een toegenomen parasympathische activiteit. Er ontstaat een: chronische luchtwegvernauwing en uitademingsstoornis, die progressief is: COPD. Bij normale personen neemt de FEV1 met 30 ml/jaar af, bij COPD met 30-90 ml/jaar. Door exacerbaties wordt de achteruitgang van de longfunctie versneld.
Er kunnen veranderingen bestaan in de wand van de luchtwegen en/of in het longweefsel. Met andere woorden, COPD kan al dan niet gepaard gaan met emfyseem. Daarnaast kunnen er ook significante systemische veranderingen optreden, waaronder gewichtsverlies en spierdisfunctie.
COPD is zeldzaam bij personen die hun leven lang niet gerookt hebben (geschat 5%), en in dat geval wordt ook nog een deel veroorzaakt door passief meeroken. Een zeldzame oorzaak van COPD is een gebrek aan het enzym alfa1-antitrypsine. Dit gebrek leidt bij niet-rokers tot COPD op een leeftijd onder 40-45 jaar, bij rokers tot COPD op nog jongere leeftijd.
Tabaksrook
Chronische bronchitis is vooral een gevolg van exogene factoren, met name van tabaksrook van sigaretten. Roken kan aanleiding geven tot verschillende longaandoeningen. Circa 50% krijgt chronische bronchitis, maar 'slechts' eenderde van deze groep krijgt COPD. Anderen krijgen meer tekenen van emfyseem. Een erfelijke aanleg speelt zeker ook een rol bij het krijgen van COPD.
Het is gebleken dat vrouwen gevoeliger zijn voor de effecten van sigarettenrook dan mannen; hun longfunctie gaat sneller achteruit door roken en ze hebben meer kans op longkanker.
Allergie en bronchiale hyperreactiviteit
Allergische prikkels spelen bij COPD meestal geen rol van betekenis. Wel kan de obstructie verergeren onder invloed van aspecifieke prikkels als mist, koude, inspanning, baklucht, verflucht, virusinfectie, stress en vooral tabaksrook.
Langdurig astma kan ook leiden tot een chronische c.q. irreversibele luchtwegobstructie. Er is dan sprake van COPD op basis van chronisch astma.
|