Ondersteunende klinische en bijbehorende kenmerken
De IRLSSG noemt ook een aantal ondersteunende (klinische) kenmerken bij RLS die niet noodzakelijk zijn voor het stellen van de diagnose maar die vaak voorkomen bij mensen met RLS. Zij kunnen helpen bij het bevestigen van de diagnose RLS, vooral in niet-eenduidige gevallen.
35,36
Reactie op dopaminerge behandeling
Verlichting van symptomen door dopaminerge stoffen. Uit verscheidene studies is gebleken dat levodopa en dopamine-agonisten de RLS-symptomen bij circa 90% van de patiënten verbeteren.
11
Familieanamnese
Een positieve familieanamnese voor RLS kan aanwezig zijn. In één onderzoek meldde circa 70% van de patiënten een positieve familieanamnese en de bevindingen suggereerden een autosomaal dominante wijze van overerving.
37
Periodic Limb Movements in Sleep (PLMS)
Hoewel de aanwezigheid van PLMS niet specifiek is voor RLS, ondersteunt een verhoogde PLMS Index de diagnose RLS. Een PLMS Index van ≥5 bewegingen per uur wordt als pathologisch beschouwd; het is niet ongebruikelijk dat RLS-patiënten 50-100 PLMS/uur hebben.
PLMS treden op bij circa 80% van de mensen met RLS en kunnen objectief worden gemeten met behulp van polysomnografie (zie verder).
8