Er is sterk bewijs voor een genetische oorzaak van RLS. Uit een studie onder twaalf identieke tweelingen waarbij ten minste één van beide RLS had, bleek dat bij tien van de tweelingen de andere helft ook RLS-symptomen had.
De ernst van de RLS, de leeftijd waarop de aandoening begon en de symptoombeschrijving varieerden vaak tussen de helften van een tweeling. Dit geeft mogelijk aan dat er sprake is van een omgevingsinvloed op het verloop van RLS.
27 De sterke correlatie met RLS en een positieve familieanamnese wijzen mogelijk op een autosomale dominante wijze van overerving.
9